ECLI:NL:CBB:2024:950
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen schorsing chauffeurskaart wegens verdenking lachgasgebruik
De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft de chauffeurskaart van een taxichauffeur geschorst tot 12 februari 2022 vanwege het vermoeden dat hij niet langer voldoet aan de eisen voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), omdat hij wordt verdacht van het bezit en gebruik van lachgas, wat strafbaar is gesteld in de Opiumwet.
De taxichauffeur heeft bezwaar gemaakt tegen dit schorsingsbesluit en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het spoedeisend belang van de chauffeur erkend vanwege de ernstige financiële gevolgen van de schorsing, maar oordeelde dat het vermoeden van de staatssecretaris gegrond is op de processen-verbaal van de politie en de strafbeschikking van de officier van justitie.
De voorzieningenrechter benadrukte dat de beoordeling van het strafbare feit aan de strafrechter is voorbehouden en dat het bestuursorgaan in beginsel mag afgaan op de eigen waarnemingen in de processen-verbaal. De belangenafweging van de staatssecretaris, waarbij het belang van veilig taxivervoer zwaarder weegt dan het financiële belang van de chauffeur, werd niet als onevenredig beschouwd.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en blijft de schorsing van de chauffeurskaart van kracht totdat de chauffeur een nieuwe VOG kan overleggen of de reguliere procedure tot intrekking is afgerond.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van de chauffeurskaart wordt afgewezen.