De stichting verzocht de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur handhavend op te treden tegen het beregenen van landbouwgewassen met PFAS-houdend effluent van een afvalwaterzuiveringsinstallatie (awzi) in Zeeland. De minister wees dit verzoek af omdat er geen regels zijn die hij kan handhaven met betrekking tot PFAS in landbouwgewassen.
De stichting stelde dat het gebruik van PFAS-houdend effluent zonder vergunning van de provincie Zeeland een overtreding van wettelijke voorschriften is en dat de NVWA ook handhavend zou moeten optreden vanwege voedselveiligheid. De minister betoogde dat het beregenen met dit effluent niet gereguleerd is door de Plantgezondheidswet of de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, en dat een awzi geen levensmiddelenbedrijf is, waardoor voedselveiligheidsregels niet van toepassing zijn.
Het College oordeelde dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor handhavend optreden door de minister in deze zaak. Er is geen concrete overtreding van wet- of regelgeving vastgesteld binnen de bevoegdheden van de minister. Het College verkende samen met partijen mogelijke aanknopingspunten in wet- en regelgeving en bevoegdheden van andere overheidsorganisaties, waarna de minister toezegde dit nader uit te zoeken.
Het beroep van de stichting werd ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.