Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CBB:2025:235

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
13 maart 2025
Publicatiedatum
3 april 2025
Zaaknummer
23/948
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen subsidiebesluit vaste lasten COVID-19 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding

Een ondernemer heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Economische Zaken betreffende een subsidie voor vaste lasten financiering COVID-19. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft dit beroep ongegrond verklaard bij uitspraak van 16 juli 2024.

De ondernemer heeft vervolgens verzet aangetekend tegen deze uitspraak en verzocht om te worden gehoord. Het College heeft vastgesteld dat het verzet te laat is ingediend, aangezien de termijn tot en met 27 augustus 2024 liep, terwijl het verzetschrift op 16 september 2024 was gedateerd en op 18 september 2024 werd ontvangen.

De overschrijding van de termijn is aan de ondernemer toe te rekenen. De ondernemer heeft aangegeven de uitspraak op 19 juli 2024 te hebben ontvangen en daarna op vakantie te zijn gegaan. Er zijn echter geen bijzondere omstandigheden gebleken die het te late indienen van het verzet rechtvaardigen.

Het College heeft daarom het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open, waarmee de procedure is beëindigd.

Uitkomst: Het verzet is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 23/948
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2025 op het verzet van

[naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [woonplaats] (ondernemer)

De ondernemer is aanwezig, bijgestaan door [naam 3] . Voor de minister van Economische Zaken is aanwezig mr. P. van Veen.
Rechter: mr. M. Schoneveld
Griffier: mr. I.E. van de Geest

Beslissing

Het College verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De ondernemer heeft tegen het besluit van 23 maart 2023 van de Minister beroep ingesteld. Bij uitspraak van 16 juli 2024 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, dat beroep ongegrond verklaard. De ondernemer heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan en heeft verzocht om te worden gehoord.
2 Het verzet is te laat ingediend. De termijn voor het indienen van verzet liep tot en met 27 augustus 2024. Het verzetschrift is gedateerd op 16 september 2024 en is door het College ontvangen op 18 september 2024. De overschrijding van de termijn is aan de ondernemer toe te rekenen. De ondernemer heeft aangegeven de uitspraak op 19 juli 2024 te hebben ontvangen. Hij ging de dag daarna op (zomer)vakantie en was weer terug op 11 augustus 2024. Er is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die maken dat niet binnen de termijn verzet kon worden ingesteld.
3 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
w.g. M. Schoneveld w.g. I.E. van de Geest
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Dit betekent dat de procedure hiermee is geëindigd.