In deze bestuursrechtelijke zaak staat de inschrijving van wijzigingen in het handelsregister centraal, waarbij een geschil bestaat tussen twee vennoten van een vennootschap onder firma (v.o.f.). De Kamer van Koophandel (KvK) had opgaven van uittreding van een vennoot en wijziging van het adres ingeschreven, waarna een bezwaar van een vennoot werd afgewezen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven beoordeelde het beroep tegen dit besluit.
De feiten betreffen een v.o.f. die op 1 mei 2018 is beëindigd volgens een arbitrale tussenvonnis, waarbij één vennoot zelfstandig een deel van de activiteiten voortzet. De KvK schreef de uittreding van de vennoot in zonder gerede twijfel, wat door het College werd bevestigd. Echter, de inschrijving van de adreswijziging werd betwist omdat bekend was dat de onderneming niet op het opgegeven adres was gevestigd.
Het College oordeelde dat de KvK gerede twijfel had moeten hebben over de juistheid van de adreswijziging en deze niet zonder meer had mogen inschrijven. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd voor zover het de adreswijziging betreft, met de opdracht aan de KvK om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan de appellant vergoed.