Uitspraak
Synaeda Psycho Medisch Centrum B.V., te Leeuwarden (Synaeda)
GGZ Friesland en Synaeda
toevoeging College] met uitzondering van de opleiding tot verslavingsarts wordt bij de berekening van de beschikbaarheidbijdrage rekening gehouden met een staffel. De staffel geldt per opleiding op basis van het aantal fte opleidingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van 3 staffels:
Een zorgaanbieder ontvangt voor de eerste 10 fte opleidelingen van één van bovengenoemde opleidingen het vergoedingsbedrag uit de eerste staffel, vanaf 10 tot en met 23 fte opleidelingen het vergoedingsbedrag uit de tweede staffel en boven 23 fte opleidelingen het vergoedingsbedrag uit de derde staffel. […]”
Asser/Kroeze 2-I2021/426). De uitleg die GGZ Friesland en Synaeda geven aan de Beleidsregel is niet logisch. Het had GGZ Friesland en Synaeda duidelijk kunnen zijn dat de bepaling ook op hen van toepassing was. De NZa volgt GGZ en Synaeda ook niet in hun betoog dat de bepaling alleen van toepassing kan zijn op fusies en overnames van 2020 of later. Dit volgt niet uit de bewoordingen van het artikel en het ligt ook niet voor de hand dat de NZa onderscheid zou maken tussen zorgaanbieders die voor 2020 zijn gefuseerd en fusies van daarna. Artikel 4.7 van de Beleidsregel is correct toegepast.
Asser/Kroeze 2-I2021/426). Het College volgt GGZ Friesland en Synaeda ook niet in hun betoog dat de beleidsregel over fusie en overname niet van toepassing is op zorgaanbieders die voor 2020 zijn gefuseerd. De tekst, de toelichting daarop, het doel en de strekking van artikel 4.7 van de Beleidsregel geven daarvoor geen aanleiding. Dat betekent dat die beleidsregel in dit geval in beginsel van toepassing is en dat volgens die beleidsregel GGZ Friesland en/of Synaeda als gefuseerde zorgaanbieder één aanvraag voor de beschikbaarheidbijdrage zou(den) moeten indienen.
- wat het bestreden besluit 1 betreft moet de NZa alsnog inhoudelijk beslissen op de bezwaren van GGZ Friesland tegen beschikking 2 en moet zij opnieuw beslissen op de bezwaren van GGZ Friesland tegen beschikking 1;
- wat het bestreden besluit 2 betreft moet de NZa alsnog inhoudelijk beslissen op de bezwaren van Synaeda tegen beschikking 1 en moet zij opnieuw beslissen op de bezwaren van Synaeda tegen beschikking 2.
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit 1;
- draagt de NZa op binnen 12 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de bezwaren van GGZ Friesland met inachtneming van de aanwijzingen in deze uitspraak;
- draagt de NZa op het betaalde griffierecht van € 365,- aan GGZ Friesland te vergoeden;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit 2;
- draagt de NZa op binnen 12 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de bezwaren van Synaeda met inachtneming van de aanwijzingen in deze uitspraak;
- draagt de NZa op het betaalde griffierecht van € 365,- aan Synaeda te vergoeden;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit 3;
- draagt de NZa op binnen 12 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van GGZ Friesland en Synaeda met inachtneming van de aanwijzingen in deze uitspraak;
- draagt de NZa op het betaalde griffierecht van € 371,- aan GGZ Friesland en Synaeda te vergoeden;
1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
c. zorgaanbieder:
1. De zorgautoriteit kan een beschikbaarheidbijdrage toekennen ten behoeve van de beschikbaarheid van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen vormen van zorg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van deze wet met inachtneming van daarbij te stellen voorwaarden, voorschriften en beperkingen. Een zorgaanbieder kan de beschikbaarheidbijdrage bij het Zorginstituut in rekening brengen ten laste van het Zorgverzekeringsfonds dan wel het Fonds langdurige zorg. Voor een beschikbaarheidbijdrage komen uitsluitend vormen van zorg in aanmerking waarvan de kosten niet of niet geheel zijn toe te rekenen naar, of door middel van tarieven in de zin van deze wet in rekening te brengen zijn aan, individuele ziektekostenverzekeraars of verzekerden, of waarvan de bekostiging bij een zodanige toerekening dan wel een zodanige tarifering marktverstorend zou werken, en die niet op andere wijze worden bekostigd.
1. De zorgautoriteit stelt beleidsregels vast met betrekking tot:
[…]
[…]