Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris om spoedbestuursdwang toe te passen vanwege overtredingen van de Wet dieren en het Besluit houders van dieren. De staatssecretaris had vijftien honden en een konijn in bewaring genomen vanwege slechte gezondheid, onvoldoende verzorging, een onhygiënische leefomgeving en gebrek aan voldoende verse lucht.
De voorzieningenrechter heeft op basis van inspectierapporten, dierenarts- en paraveterinair rapporten vastgesteld dat drie overtredingen voldoende onderbouwd zijn: het onthouden van de nodige verzorging, het ontbreken van een hygiënische leefomgeving en het niet bieden van voldoende verse lucht. De overtredingen met betrekking tot bewegingsruimte en andere dieren werden niet of onvoldoende onderbouwd.
Verzoekster stelde dat de situatie tijdelijk was ontstaan door de inspectie en dat zij de overtredingen kon herstellen, maar dit werd verworpen vanwege de ernst en de geschiedenis van handhavingstrajecten. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en de spoedbestuursdwang gehandhaafd.