ECLI:NL:CBB:2025:297
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidiabiliteit drempelmachine en ruggenfreesmachine onder Europese EZK- en LNV-subsidies
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur om subsidie te verlenen voor de aanschaf van een drempelmachine, maar niet voor een ruggenfreesmachine. De aanvrager had subsidie gevraagd voor beide machines, waarbij de drempelmachine als extra onderdeel bij de ruggenfreesmachine werd aangeschaft.
De minister verleende slechts subsidie voor de drempelmachine op grond van artikel 4.7.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies, in samenhang met investeringscategorie C1 van bijlage 5. Volgens deze categorie is alleen de drempelmachine subsidiabel omdat deze bijdraagt aan het reduceren van perceelafspoeling, een functie die de ruggenfreesmachine niet heeft.
De aanvrager voerde aan dat de drempelmachine niet zelfstandig kan functioneren en dat de regeling niet duidelijk omschrijft wat subsidiabel is binnen categorie C1. Het College overwoog echter dat de ruggenfreesmachine en de drempelmachine elk een eigen nuttige functie hebben en dat het feit dat de drempelmachine alleen in combinatie met de ruggenfreesmachine kan worden gebruikt, niet betekent dat beide machines subsidiabel zijn.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 13 mei 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt alleen toegekend voor de drempelmachine, niet voor de ruggenfreesmachine.