ECLI:NL:CBB:2025:302
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kostenbesluit spoedbestuursdwang en medische zorg hond
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een kostenbesluit van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, waarbij zij de kosten van spoedbestuursdwang voor haar hond moest betalen. De hond was bestuursrechtelijk in bewaring genomen vanwege ernstige verwaarlozing en gebrek aan medische zorg.
De minister had op 17 juni 2021 spoedbestuursdwang toegepast nadat toezichthouders ernstige gezondheidsproblemen bij de hond constateerden, waaronder huidinfecties en koorts. De hond werd overgebracht naar een opvangadres waar medische behandeling plaatsvond. De minister bracht de kosten van transport, opvang en medische zorg in rekening bij appellante, die dit betwistte.
Het College stelt vast dat appellante geen rechtsmiddel tegen het spoedbestuursdwangbesluit heeft aangewend, waardoor dit besluit en de vastgestelde overtreding in rechte vaststaan. Het beroep richt zich daarom alleen op de rechtmatigheid van het kostenbesluit. Het College oordeelt dat de kosten terecht bij appellante zijn gelegd, ook al gebruikte de opvanghouder deels dezelfde middelen als appellante zelf. De hogere kosten dan de oorspronkelijke schatting zijn verklaard door de langere verblijfsduur van de hond tot aan het overlijden. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het kostenbesluit wordt ongegrond verklaard en de kosten worden terecht bij appellante gelegd.