Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CBB:2025:303

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
13 mei 2025
Publicatiedatum
12 mei 2025
Zaaknummer
24/259
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.29 Besluit houders van dierenArt. 10a Regeling tarieven identificatie en registratie Wet dieren
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

College bevestigt rechtmatigheid factuurbesluit voor UBN-aanvraag hond niet-bedrijfsmatig

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een factuurbesluit van de minister waarbij hem € 19,- in rekening werd gebracht voor het aanvragen van een Uniek Bedrijfsnummer (UBN) voor de diersoort Hond Niet-bedrijfsmatig. Appellant stelde dat hij geen UBN voor een hond had aangevraagd, maar voor een kat, en dat de aanvraag abusievelijk was gedaan. De minister stelde dat appellant zelf met zijn DigiD-inlogcode de aanvraag voor de hond had gedaan en dat de kosten voor de registratie terecht in rekening waren gebracht.

Het College heeft vastgesteld dat appellant op 13 maart 2023 daadwerkelijk een UBN voor een hond niet-bedrijfsmatig heeft aangevraagd via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het feit dat appellant eigenlijk een eigenaarnummer voor zijn kat wilde aanvragen, doet niet af aan de rechtmatigheid van het factuurbesluit. De registratie van een kat verloopt via andere, private portalen en is kosteloos, maar een UBN voor een hond is gebonden aan een retributie van € 19,-.

Het College oordeelt dat de minister terecht het bedrag in rekening heeft gebracht omdat het een vergoeding betreft voor de geleverde dienst van het registreren van een hond. De stelling van appellant dat het bedrag niet verschuldigd zou zijn vanwege informatie op de website is onvoldoende onderbouwd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister heeft terecht € 19,- in rekening gebracht voor de UBN-aanvraag hond niet-bedrijfsmatig.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/259

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 mei 2025 in de zaak tussen

[naam] , te [plaats]

en

de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

(gemachtigde: mr. P.J. Kooijman)

Procesverloop

Met het besluit van 16 februari 2024 (factuurbesluit) heeft de minister een factuur aan [naam] gestuurd voor het verwerken van de registratie van een Uniek Bedrijfsnummer (UBN) Hond Niet-bedrijfsmatig.
Met het besluit van 1 maart 2024 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van [naam] ongegrond verklaard.
[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De zitting was op 18 februari 2025. Aan de zitting hebben deelgenomen: [naam] en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

Standpunten van partijen
Standpunt van [naam]
2 Volgens [naam] heeft hij geen UBN voor de diersoort hond aangevraagd, want hij heeft geen hond. [naam] wilde een UBN voor de diersoort kat aanvragen, omdat hij voor zijn kat een UBN nodig had. Volgens de website is de registratie van een UBN voor de diersoort kat niet-bedrijfsmatig kosteloos, dus [naam] is het niet eens met het factuurbesluit waarbij de minister een bedrag van € 19,- aan hem in rekening heeft gebracht. Op de zitting heeft [naam] zich op het standpunt gesteld dat hij abusievelijk een UBN voor de diersoort hond heeft aangevraagd, maar dat hij genoemd bedrag van € 19,- hoe dan ook niet hoeft te betalen, omdat hij geen hond heeft.
Standpunt van de minister
3 Op de zitting heeft de minister aangevoerd dat in het Identificatie- en Registratiesysteem staat vermeld dat [naam] op 13 maart 2023 een UBN heeft aangemaakt voor huisdieren, als houder UBN hond niet-bedrijfsmatig. Voor het verwerken van de registratie van dit UBN is [naam] éénmalig een bedrag van € 19,- verschuldigd. Voor het aanmaken van een UBN dient men in te loggen op de website mijnrvo.nl met DigiD inlogcodes. [naam] moet dus zelf het UBN voor de diersoort hond hebben aangevraagd, want dat kan niet iemand anders hebben gedaan. Als [naam] dat per ongeluk of voor de verkeerde diersoort heeft gedaan, doet dat niets af aan de verschuldigdheid van de kosten die zijn verbonden aan het verwerken van de registratie.
Beoordeling door het College
4 In dit geschil moet het College de vraag beantwoorden of de minister terecht aan [naam] een bedrag van € 19,- in rekening heeft gebracht voor het aanvragen en verkrijgen van een UBN voor de diersoort Hond Niet-bedrijfsmatig. Het College beantwoordt die vraag bevestigend en zal hierna uitleggen waarom het tot dat oordeel is gekomen.
5 Op grond van artikel 3.29, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, zoals dit gold ten tijde van belang, dient een houder zich bij de minister te registreren, verkort weergegeven, als de hond van de houder een nakomeling heeft voortgebracht, de houder een hond voor het eerst in Nederland brengt, of de houder een hond heeft verkregen die niet is voorzien van een injecteerbare transponder of die niet eerder (volledig) is geregistreerd. Voor het verwerken van die registratie is de houder op grond van artikel 10a van de Regeling tarieven identificatie en registratie Wet dieren een eenmalige retributie verschuldigd (Regeling). Deze retributie bedroeg op het moment van het aanmaken van het UBN € 19,-.
6.1
Naar het oordeel van het College moet ervan worden uitgegaan dat [naam] op 13 maart 2023 een UBN voor de diersoort Hond Niet-bedrijfsmatig op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft aangevraagd. Op de zitting heeft de minister toegelicht dat een aanvrager bij het aanvragen van een UBN voor de diersoort Hond Niet-bedrijfsmatig op de website van de RVO moet inloggen met een DigiD-inlogcode en dat daarna een pagina wordt getoond waarop de aanvrager in een daartoe bestemd kader een vinkje moet zetten. Op die wijze verklaart de aanvrager dat hij daadwerkelijk een UBN voor de diersoort Hond Niet-bedrijfsmatig wil aanvragen. Vervolgens kan een aanvrager kiezen uit de betaalopties iDEAL en later betalen. [naam] heeft op de zitting erkend dat hij op de website van RVO heeft ingelogd met zijn DigiD-inlogcode. Volgens [naam] wilde hij een eigenaarnummer aanvragen voor zijn kat van het ras Britse Korthaar, waarmee hij zijn kat kon laten registreren bij de vereniging van eigenaren van katten van het ras Britse Korthaar. [naam] heeft op de zitting verklaard dat hij bij het aanvragen van een eigenaarnummer haast had, dat hij via Google op de website van de RVO is gekomen en dat hij toen abusievelijk de aanvraag heeft gedaan. De minister heeft op de zitting toegelicht dat voor de registratie van een kat geen UBN nodig is en dat een betrokkene het chipnummer van een kat kan laten registreren op de naam en het adres van betrokkene. Die registratie verloopt via portalen van private partijen en dat registratieproces moet worden onderscheiden van het aanvragen van een UBN.
6.2
Omdat [naam] een UBN voor de diersoort Hond Niet bedrijfsmatig heeft aangevraagd, heeft de minister terecht aan [naam] een bedrag van € 19,- in rekening gebracht voor het aanvragen en verkrijgen van een UBN voor de diersoort Hond Niet-bedrijfsmatig. Dat [naam] ’ bedoeling was een UBN dan wel een eigenaarnummer voor een kat aan te vragen, doet niet af aan de rechtmatigheid van het factuurbesluit. Het met het factuurbesluit in rekening gebrachte bedrag is namelijk op grond van artikel 10a van de Regeling een retributie. Zoals de minister op de zitting heeft toegelicht, vordert de minister daarmee een betaling voor de door hem geleverde dienst, te weten het registreren van een hond. Het College volgt [naam] niet in zijn stelling dat hij het bedrag van het factuurbesluit niet is verschuldigd, omdat op de website van de RVO stond dat het aanvragen van een UBN dan wel een eigenaarnummer voor een kat kosteloos zou zijn. [naam] heeft deze stelling namelijk niet onderbouwd.
Conclusie
7 Het beroep is ongegrond.
8 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.L. van der Beek, in aanwezigheid van
mr. D.L. van Hal-Vermeer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2025.
w.g. H.L. van der Beek w.g. D.L. van Hal-Vermeer