ECLI:NL:CBB:2025:306
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking subsidie duurzame energie wegens niet-conforme realisatie productie-installatie
De vennootschap vroeg in maart 2020 subsidie aan voor een productie-installatie op het dak van een bestaand gebouw, waarbij zij verklaarde dat geen omgevingsvergunning voor nieuwbouw nodig was. De minister verleende de subsidie in juni 2020 onder de voorwaarde dat de installatie conform aanvraag gerealiseerd zou worden.
De vennootschap meldde in oktober 2021 dat de installatie in gebruik zou worden genomen, maar realiseerde deze op nieuwbouw waarvoor een omgevingsvergunning was afgegeven. De minister trok de subsidie in juli 2022 op grond van artikel 4:48 Awb Pro, omdat de installatie niet conform de aanvraag was gerealiseerd.
De vennootschap voerde aan dat de wijziging niet strategisch was en dat de bestaande bouw onveilig was door aardbevingsschade. Het College oordeelde echter dat de minister terecht de subsidie introk, omdat het Besluit SDE vereist dat de installatie op bestaand gebouw wordt geplaatst en het gelijkheidsbeginsel in het geding is.
Het College vond de intrekking niet onevenredig, omdat het besluit noodzakelijk is voor een eerlijk speelveld en het voorkomen van strategische aanvragen. De vennootschap droeg onvoldoende feiten aan om het besluit als onevenwichtig te bestempelen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vennootschap tegen de intrekking van de subsidie is ongegrond verklaard en de intrekking blijft gehandhaafd.