De staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur legde op 28 maart 2025 een last onder dwangsom op aan het Dolfinarium wegens vermeende overtredingen van het Besluit houders van dieren en voorschriften uit de dierentuinvergunning. Dit volgde op een handhavingsverzoek van een stichting die videobeelden overhandigde van dierpresentaties waarin onnatuurlijk gedrag van dolfijnen zonder educatieve toelichting zou zijn vertoond.
Het Dolfinarium betwistte de overtredingen en wees op educatieve video's voorafgaand aan presentaties en positieve rapporten van de NVWA. De deskundige die de fragmenten beoordeelde stelde dat contact tussen dolfijnen en mensen per definitie onnatuurlijk is, maar dit betekent niet automatisch een vergunningsovertreding. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bewijs onvoldoende is omdat het volledige educatieve programma niet in aanmerking is genomen en het vertonen van onnatuurlijk gedrag onder voorwaarden is toegestaan.
Het besluit van de staatssecretaris werd als ondeugdelijk voorbereid en onvoldoende gemotiveerd beoordeeld, strijdig met de Algemene wet bestuursrecht. Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na de bekendmaking van het besluit op bezwaar. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van het Dolfinarium.