Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 mei 2025 in de zaak tussen
[naam 1] B.V., te [woonplaats]
de Minister van Klimaat en Energie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De zaak betreft het beroep van [naam 1] tegen de besluiten van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) die haar aanvragen voor leveringsvergunningen elektriciteit en gas aan kleinverbruikers hebben afgewezen. ACM oordeelde dat [naam 1] niet voldoende had aangetoond te beschikken over de benodigde organisatorische en financiële kwaliteiten zoals vereist op grond van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet.
Het College heeft het toetsingskader van ACM bevestigd, waaronder de toepassing van aangescherpte beleidsregels die ook op de aanvraagprocedure van toepassing zijn. Het College concludeert dat ACM binnen haar bevoegdheid heeft gehandeld en dat de afwijzing terecht is. De onduidelijkheid over de beoogde bedrijfsvoering van [naam 1], onvoldoende onderbouwing van het ondernemingsplan, de administratieve organisatie en de financiële prognoses zijn doorslaggevend.
Daarnaast is het standpunt van [naam 1] dat erkenning als programma-verantwoordelijke automatisch organisatorische en financiële kwaliteit impliceert, verworpen. Het College benadrukt dat dit slechts één van meerdere cumulatieve eisen is. De afwijzing van de vergunning voor gas is eveneens terecht gegrond op het ontbreken van financiële kwaliteit. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van [naam 1] tegen de afwijzing van de vergunningaanvragen voor levering van elektriciteit en gas aan kleinverbruikers wordt ongegrond verklaard.