ECLI:NL:CBB:2025:400
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging overtreding temperatuureis levensmiddelen en dwangsom
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven het hoger beroep van een ondernemer tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam ongegrond verklaard. De ondernemer werd door de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangesproken wegens overtreding van de temperatuureis voor bederfelijke levensmiddelen in zijn winkel. Diverse inspecties door de NVWA toonden aan dat de ondernemer niet voldeed aan de HACCP-beginselen en dat de temperatuur van de eetwaren in het verkoopsmeubel hoger was dan toegestaan.
De staatssecretaris legde een last onder dwangsom op om het bereidings- en behandelingsproces van bederfelijke producten stil te leggen. De ondernemer voldeed hier niet aan, waardoor een dwangsom werd verbeurd. De ondernemer voerde aan dat de hoge temperaturen te wijten waren aan het afkoelproces en dat sommige producten bestemd waren voor verkoop buiten de winkel. Ook stelde hij dat de medewerker die tijdens de inspectie aanwezig was geen Nederlands sprak en dat diens verklaring daarom niet betrouwbaar was.
Het College oordeelde dat de bevindingen van de toezichthouder terecht als bewijs konden dienen en dat de verklaringen van de medewerker consistent waren met de metingen. De ondernemer bleef verantwoordelijk voor de activiteiten in zijn winkel, ook als hij zelf niet aanwezig was. De overtredingen konden daarom aan hem worden toegerekend. Het College bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, waarbij de staatssecretaris geen proceskosten hoefde te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de ondernemer wordt ongegrond verklaard en de overtreding met dwangsom wordt bevestigd.