ECLI:NL:CBB:2025:465
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boetebesluit wegens overschrijding meststoffen gebruiksnormen afgewezen
De maatschap exploiteert een melkveebedrijf en kreeg boetes opgelegd wegens overschrijding van de gebruiksnormen voor dierlijke meststoffen en fosfaat in 2020. De minister legde twee boetes van in totaal €106.104,- op en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit en oordeelde dat ondanks bijzondere omstandigheden zoals ziekte van een maat en een huilbaby, er geen reden was tot matiging van de boetes.
In hoger beroep stelde de maatschap dat de minister tijdens de zitting bij de rechtbank de indruk had gewekt dat matiging mogelijk was, en dat zij erop mocht vertrouwen dat de boetes zouden worden gematigd. De minister ontkende een toezegging te hebben gedaan en stelde dat er slechts een overlegprocedure was afgesproken.
Het College oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat geen toezegging is gedaan die een redelijke verwachting van matiging rechtvaardigt. De minister had slechts aangegeven dat een overleg zou plaatsvinden, zonder garantie op verlaging van de boetes. Ook werd vastgesteld dat de redelijke termijn niet was overschreden. Het hoger beroep werd afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de boetes blijven onverminderd van kracht.