ECLI:NL:CBB:2025:561
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking chauffeurskaart wegens ontbreken nieuwe VOG
De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft de chauffeurskaart van verzoeker ingetrokken omdat hij niet binnen de gestelde termijn een nieuwe Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) heeft kunnen overleggen. Verzoeker stelde dat de vertraging bij Justis door personeelstekorten en andere omstandigheden buiten zijn schuld lag en dat de intrekking grote gevolgen voor hem heeft, waaronder het risico op baanverlies en zijn mantelzorgtaken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de minister op grond van het Besluit personenvervoer 2000 bevoegd was om een nieuwe VOG te verlangen en een termijn van vier weken te stellen. Hoewel de beslissing over de VOG ongebruikelijk lang duurde, is dit geen bijzondere omstandigheid die de intrekking onevenwichtig maakt.
De intrekking is een gebonden bevoegdheid en een evenwichtig middel om de betrouwbaarheid van taxichauffeurs te waarborgen. Het verlies van de chauffeurskaart is het beoogde gevolg van het niet overleggen van een geldige VOG. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de chauffeurskaart is afgewezen.