ECLI:NL:CBB:2025:642
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag voor isolatiemaatregelen in voormalige schuur omgebouwd tot woning
De zaak betreft een beroep tegen de afwijzing van een subsidieaanvraag voor isolatiemaatregelen, een elektrische kookvoorziening en een warmtepomp in een pand dat voorheen een schuur was en is omgebouwd tot woning. De minister wees de aanvraag af omdat het pand direct voorafgaand aan de investeringen geen woning was zoals bedoeld in artikel 4.5.1 van de Regeling nationale EZK-en LNV-subsidies.
De eigenaar betoogde dat de minister de regeling te strikt toepaste en dat de woning sinds de omgevingsvergunning van december 2022 tot de bestaande woningvoorraad behoorde. Ook stelde hij dat de minister ten onrechte geen coulance had betracht en dat hij niet op de hoogte was van de afwijzingsgrond omdat deze niet op de website van de RVO stond.
Het College oordeelde dat de minister terecht de subsidieaanvraag had afgewezen omdat het pand voorafgaand aan de investeringen geen zelfstandige woongelegenheid was en niet bewoond werd. De regeling is specifiek bedoeld voor bestaande woningen en niet voor panden die worden omgevormd tot woning. Verder is geen sprake van bijzondere omstandigheden die toepassing van de regeling in strijd met het evenredigheidsbeginsel rechtvaardigen.
Ten slotte stelde het College dat het de verantwoordelijkheid van de aanvrager is om zich op de hoogte te stellen van de voorwaarden, ook al was de regeling mogelijk niet direct toegankelijk via de website van de RVO. Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag is ongegrond verklaard omdat het pand voorafgaand aan de investering geen woning was zoals vereist.