ECLI:NL:CBB:2025:658
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen randvoorwaardenkorting GLB-subsidie
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 7 oktober 2025 waarbij de minister een randvoorwaardenkorting van 5% oplegde op haar GLB-subsidie voor 2020. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de korting te schorsen.
De voorzieningenrechter beoordeelde het spoedeisend belang van verzoekster, die stelde dat de terugbetaling van €1.183,39 acute liquiditeitsproblemen veroorzaakt en onomkeerbare financiële gevolgen heeft. Verzoekster kon echter geen financiële stukken overleggen die dit belang voldoende onderbouwen.
De rechter overwoog dat bij financiële geschillen niet snel sprake is van spoedeisend belang, omdat terugbetaling kan worden teruggedraaid indien het bezwaar gegrond wordt verklaard. Bovendien is het eerdere besluit over de randvoorwaardenkorting van 3% onherroepelijk, waardoor het geschil beperkt is tot de verhoging met 2%.
Gelet op het ontbreken van een acute noodsituatie of onomkeerbare gevolgen, wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de randvoorwaardenkorting van 5% op de GLB-subsidie is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.