ECLI:NL:CBB:2025:67

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
11 februari 2025
Publicatiedatum
7 februari 2025
Zaaknummer
24/367 en 24/368
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • T. Pavićević
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1a AwbArt. 8:54a Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

College verwijst rechtstreekse beroepen Varkens in Nood terug naar bezwaarprocedure bij minister

Stichting Varkens in Nood verzocht de minister van Landbouw om handhavend op te treden tegen vijf varkenshouderijen vanwege de praktijk van het couperen van varkensstaarten. De minister wees deze verzoeken af in besluiten van september en november 2023. Varkens in Nood maakte bezwaar tegen deze besluiten en vroeg om rechtstreeks beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, waarbij de minister instemde.

Het College oordeelt echter dat de zaken niet geschikt zijn voor rechtstreeks beroep omdat de betrokken varkenshouderijen als derde belanghebbenden onvoldoende zijn betrokken bij de besluitvorming en niet in de gelegenheid zijn gesteld te reageren op de bezwaren. Het belang van een volledige feitenvaststelling en het betrekken van alle belanghebbenden vereist dat eerst de bezwaarprocedure wordt doorlopen.

Daarom wijst het College de zaken terug naar de minister om de bezwaren als zodanig te behandelen. Het College benadrukt dat het overslaan van de bezwaarprocedure ook betekent dat er geen hoger beroep mogelijk is na het rechtstreeks beroep. De minister moet de bezwaren nu behandelen waarna beroep kan worden ingesteld met eventueel een verzoek om versnelde behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het College verwijst de rechtstreekse beroepen terug naar de minister om als bezwaren te worden behandeld.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 24/367 en 24/368
uitspraak zonder zitting van de enkelvoudige kamer van 11 februari 2025 in de zaken tussen

Stichting Varkens in Nood, te Amsterdam (Varkens in Nood)

(gemachtigde: mr. J. Tingen),
en

de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

(gemachtigde: mr. E.M. Scheffer).

Samenvatting

In deze uitspraak verwijst het College de rechtstreekse beroepen van Varkens in Nood terug om door de minister te worden behandeld als bezwaar.

Beoordeling

1. Varkens in Nood heeft de minister op 3 maart 2023 verzocht om handhavend op te treden tegen [naam 1] B.V. met het oog op de praktijk van het couperen van varkensstaarten. De minister heeft dit verzoek met het besluit van 6 september 2023 afgewezen.
2 Varkens in Nood heeft de minister op 11 mei 2023 verzocht om handhavend op te treden tegen de volgende vier varkenshouderijen: [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] . Ook dit verzoek om handhaving ziet op de praktijk van het couperen van varkensstaarten. De minister heeft dit verzoek met het besluit van 23 november 2023 afgewezen.
3 Varkens in Nood heeft tegen beide besluiten bezwaar gemaakt op 16 oktober 2023, respectievelijk op 29 december 2023. Daarbij heeft zij de minister gevraagd in te stemmen met rechtstreeks beroep bij het College als bedoeld in artikel 7:1a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
4 De minister heeft aan Varkens in Nood aangegeven in te stemmen met rechtstreeks beroep. De minister heeft aangegeven de zaken geschikt te vinden voor rechtstreeks beroep omdat hij veel waarde hecht aan een spoedige rechterlijke toets van de besluitvorming met het oog op toekomstige (soortgelijke) besluitvorming. De minister geeft aan dat de besluitvorming wordt bespoedigd door het overslaan van de bezwaarfase.
Varkens in Nood heeft vervolgens beide bezwaarschriften aan het College gezonden met het oog op de behandeling daarvan met rechtstreeks beroep.
5 Het College doet op basis van artikel 8:54a van de Awb uitspraak zonder zitting, omdat de minister ten onrechte heeft ingestemd met de verzoeken om rechtstreeks beroep van Varkens in Nood. Het College is van oordeel dat deze zaken niet geschikt zijn voor rechtstreeks beroep. Daarvoor is het volgende van belang.
6 Varkens in Nood neemt in deze zaken het standpunt in dat de praktijk van het couperen van varkensstaarten in Nederland, evenals het handhavingsbeleid van de minister hierbij, niet in lijn is met het wettelijk kader. De gronden van Varkens in Nood zijn – zoals zij zelf ook aangeeft – principieel en juridisch van aard. Varkens in Nood legt haar standpunt echter ter beoordeling voor, door middel van het indienen van twee handhavingsverzoeken die zien op in totaal vijf varkenshouderijen. Deze varkenshouderijen moeten gelet hierop dan ook in deze procedures worden aangemerkt als derde belanghebbenden. Uit de primaire besluiten blijkt dat er naar aanleiding van de handhavingsverzoeken inspecties hebben plaatsgevonden bij de varkenshouderijen, maar verder blijkt uit de stukken niet dat de varkenshouderijen zijn betrokken bij de beslissingen op de handhavingsverzoeken. Onduidelijk is ook of zij in kennis zijn gesteld van de besluiten.
In een bezwaarprocedure bij de minister zouden deze derde belanghebbenden in de gelegenheid moeten worden gesteld om te reageren op de bezwaren van Varkens in Nood. Dat is te meer van belang omdat de bezwaren ook deels ingaan op de specifieke bevindingen van de NVWA bij de varkenshouderijen en de conclusies die de minister daaraan verbindt. Het College stelt vast dat de minister de positie van de derde belanghebbende varkenshouderijen niet heeft betrokken bij zijn beslissing om in te stemmen met rechtstreeks beroep. Gelet op het belang van de vaststelling van alle relevante feiten en het belang van het betrekken van alle belanghebbende partijen bij de handhavingsprocedure is het College van oordeel dat eerst de bezwaarprocedure moet worden doorlopen en dat deze zaken daarom niet geschikt zijn voor rechtstreeks beroep. Daarbij vindt het College ook van belang dat het overslaan van de bezwaarprocedure betekent dat de besluiten direct in beroep in eerste aanleg bij het College komen en dat er daarna geen hoger beroep openstaat.
7 Het College zal de zaken daarom terugwijzen naar de bezwaarfase. Dit betekent dat de minister de bezwaren die zijn doorgezonden aan het College en die daarmee beroepschriften zijn geworden, alsnog als bezwaarschrift moet behandelen. De beroepschriften zullen daartoe worden teruggezonden aan de minister. Indien er te zijner tijd beroep wordt ingesteld tegen de door de minister te nemen beslissingen op bezwaar kan alsdan het College verzocht worden om versnelde behandeling.
8 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College bepaalt dat de minister de beroepschriften als bezwaarschriften behandelt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Pavićević, in aanwezigheid van mr. Y.R. Boonstra-van Herwijnen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2025.
w.g. T. Pavićević w.g. Y.R. Boonstra-van Herwijnen
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.