Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
KNMT e.a.)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) stelde op 2 juli 2025 de tarieven voor orthodontische en tandheelkundige zorg voor 2026 vast, gebaseerd op een kostprijsonderzoek over 2023. De Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Tandheelkunde (KNMT) en andere partijen maakten bezwaar tegen deze tarieven en vroegen om een voorlopige voorziening om de tarieven te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een voldoende spoedeisend belang om de zaak inhoudelijk te beoordelen, mede vanwege de aanzienlijke tariefdaling voor orthodontische zorg en de moeilijkheid om latere tariefverhogingen met terugwerkende kracht te verhalen. De NZa motiveerde haar keuzes, waaronder het niet meenemen van goodwillkosten en het toepassen van een gewogen gemiddelde voor praktijkkosten, alsmede de toerekening van de normatieve arbeidscomponent (NAC).
Hoewel het rapport van Berenschot, dat ten grondslag ligt aan de NAC, onvoldoende transparant is over de functiewaardering, achtte de voorzieningenrechter dit motiveringsgebrek onvoldoende reden voor schorsing. De belangen van de NZa wegen zwaarder dan die van de KNMT e.a. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en de tarieven voor 2026 blijven van kracht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de tariefbeschikkingen 2026 voor orthodontische en tandheelkundige zorg wordt afgewezen.