ECLI:NL:CBB:2025:98
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen afwijzing subsidiabel landbouwareaal GLB 2022
De maatschap exploiteert een melk- en vleesveebedrijf en had voor 2022 een oppervlakte van 92,64 hectare subsidiabel landbouwareaal opgegeven voor de basis- en vergroeningsbetaling uit het GLB. De minister stelde de oppervlakte vast op 91,94 hectare, waarbij vier percelen deels werden afgekeurd vanwege verruiging, vernatting of onder water staan, waardoor deze niet als subsidiabel landbouwareaal werden aangemerkt.
De maatschap voerde aan dat de afgekeurde delen ten onrechte waren afgewezen omdat deze deel uitmaken van de normale greppelstructuur en overwegend voor landbouwactiviteiten worden gebruikt, onder meer vanwege beweiding en oogst. Tevens stelde zij dat de minister zich onterecht baseerde op de AAN-laag in plaats van de BGT, en dat er sprake was van overschrijding van de redelijke termijn.
Het College oordeelde dat het motiveringsgebrek van de minister werd gepasseerd omdat de maatschap hierdoor niet benadeeld werd. De afgekeurde delen voldeden niet aan de criteria voor subsidiabel landbouwareaal, zoals het overwegend bestaan uit grassen of kruidachtige voedergewassen. De maatschap had geen ANLb-contract overgelegd waaruit blijkt dat het areaal onder water moest worden gezet. De BGT-check was nog niet afgerond in het voorafgaande kalenderjaar, waardoor de minister terecht de AAN-laag gebruikte.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Het College veroordeelde de minister tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan de maatschap en de Staat tot betaling van € 500,- immateriële schadevergoeding en proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het beroep van de maatschap is ongegrond verklaard en de Staat is veroordeeld tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.