ECLI:NL:CBB:2026:124
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhoudingsbeslissing inzake bestuursdwang en kostenverhaal schapen
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de minister bestuursdwang toegepast door 139 schapen van appellant mee te voeren en onder te brengen bij een opslaghouder, waarna de schapen zijn verkocht. De minister heeft de kosten van bestuursdwang verhaald op appellant. De minister verzocht geheimhouding van bepaalde stukken vanwege persoonsgegevens en bedrijfsgegevens van betrokken derden, met het oog op bescherming van hun persoonlijke levenssfeer en het waarborgen van toekomstige medewerking.
De rechter-commissaris heeft de belangen afgewogen tussen het belang van appellant en het College om over relevante informatie te beschikken en het belang van derden bij bescherming van hun persoonsgegevens. De rechter-commissaris oordeelde dat beperking van kennisneming van stukken B1 tot en met B3b en B7 tot en met B10 gerechtvaardigd is, omdat deze slechts een klein deel van de stukken betreffen en geen afbreuk doen aan de begrijpelijkheid. Appellant toonde begrip voor deze vertrouwelijkheid.
Voor stuk B4, een factuur voor transportkosten, werd de beperking van kennisneming afgewezen omdat het in de bodemprocedure in geschil is wie het transport heeft verzorgd. Het onthouden van deze informatie zou appellant in zijn verdediging belemmeren. De minister moet een nieuwe versie van dit stuk zonder vertrouwelijke gegevens aanleveren. Appellant wordt verzocht uiterlijk op de zitting van 25 maart 2026 aan te geven of hij instemt met het gebruik van de vertrouwelijke stukken voor de uitspraak.
Uitkomst: Beperking van kennisneming van stukken met persoonsgegevens is gerechtvaardigd, behalve voor de transportfactuur die aan appellant moet worden verstrekt.