Bijlage
Verordening 576/2013
Artikel 10, aanhef en eerste lid,
Voorwaarden voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten:
1. Gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten mogen niet uit een gebied of een derde land naar een lidstaat worden verplaatst, tenzij zij voldoen aan de volgende voorwaarden:
a. a) zij zijn gemerkt overeenkomstig artikel 17, lid 1;
b) zij hebben een vaccinatie tegen rabiës ontvangen die voldoet aan de geldigheidsvoorschriften van bijlage III;
c) zij hebben een titreringstest op rabiësantilichamen ondergaan die voldoet aan de geldigheidsvoorschriften van bijlage IV;
d) zij voldoen aan de preventieve gezondheidsmaatregelen voor andere ziekten of infecties dan rabiës die zijn vastgesteld uit hoofde van artikel 19, lid 1;
e) zij gaan vergezeld van een naar behoren ingevuld identificatiedocument dat is afgegeven overeenkomstig artikel 26.
Artikel 26
Afgifte en invulling van het identificatiedocument bedoeld in artikel 10. lid 1, onder e)
Het in artikel 10, lid 1, onder e), bedoelde identificatiedocument wordt afgegeven door een officiële dierenarts van het gebied of derde land van verzending op grond van bewijsstukken, of door een gemachtigde dierenarts, waarna het door de bevoegde autoriteit van het gebied of derde land van verzending wordt bekrachtigd, nadat de afgevende dierenarts:
a. a) zich ervan heeft vergewist dat het gezelschapsdier overeenkomstig artikel 17, lid 1, is gemerkt, en
b) naar behoren de betrokken rubrieken met de in artikel 25, lid 1, onder a) tot en met h), bedoelde informatie in het identificatiedocument heeft ingevuld, waarmee wordt gecertificeerd dat aan de voorwaarden van artikel 10, lid 1, onder a) en, indien van toepassing, onder b), c) en d), is voldaan.
Artikel 35
Maatregelen wanneer tijdens de in de artikelen 33 en 34 bedoelde controles blijkt dat niet aan de voorschriften wordt voldaan
1. Wanneer uit de in de artikelen 33 en 34 bedoelde controles blijkt dat een gezelschapsdier niet voldoet aan de voor waarden van hoofdstuk II of III, besluit de bevoegde autoriteit in overleg met de officiële dierenarts en, indien nodig, met de eigenaar of de gemachtigde persoon om:
a. a) het gezelschapsdier terug te sturen naar zijn land of gebied van verzending;
b) het gezelschapsdier onder officieel toezicht af te zonderen gedurende de tijd die nodig is om te voldoen aan de in hoofdstuk II of III vastgestelde voorwaarden, of
c) in laatste instantie, wanneer terugzending of afzondering niet uitvoerbaar is, het dier af te maken overeenkomstig de toe passelijke nationale voorschriften inzake de bescherming van gezelschapsdieren bij het doden.
2. Wanneer het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren naar de Unie door de bevoegde autoriteit wordt geweigerd, worden de gezelschapsdieren onder officiële controle af gezonderd in afwachting van:
a. a) hun terugkeer naar hun land of gebied van verzending, of
b) de vaststelling van een ander administratief besluit betreffende die gezelschapsdieren.
3. De in de leden 1 en 2 genoemde maatregelen worden toegepast op kosten van de eigenaar, zonder mogelijke financiële compensatie voor de eigenaar of de gemachtigde persoon.
Bijlage III
Geldigheidsvoorschriften voor vaccinaties tegen rabiës
(...)
2. Een vaccinatie tegen rabiës moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
c) de vaccinatiedatum is door een gemachtigde of officiële dierenarts vermeld in de desbetreffende rubriek van het identificatiedocument;
e) de geldigheidsduur van de vaccinatie gaat in vanaf de vaststelling van de beschermende immuniteit, die niet minder dan 21 dagen na de voltooiing van het door de producent voor de primaire vaccinatie vereiste vaccinatieprotocol plaatsvindt, en loopt door tot het einde van de periode van beschermende immuniteit, als voorgeschreven in de technische specificatie van de in punt 1, onder b), bedoelde vergunning of de in punt 1, onder c), bedoelde goedkeuring of licentie voor het vaccin tegen rabiës in de lidstaat of het gebied of derde land waar het vaccin wordt toegediend;
De geldigheidsduur van de vaccinatie is door een gemachtigde of een officiële dierenarts vermeld in de desbetreffende rubriek van het identificatiedocument.
[...].
Verordening (EU) nr. 577/2013
Artikel 4
Gezondheidscertificaat voor het niet-commerciële verkeer naar de Unie van honden, katten of fretten.
Het diergezondheidscertificaat zoals bedoeld in artikel 25, lid 1, van Verordening (EU) nr. 576/2013 wordt:
a. a) opgesteld overeenkomstig het model dat is vastgesteld in deel 1 van bijlage IV bij deze verordening;
b) correct ingevuld en afgegeven overeenkomstig de toelichting in deel 2 van die bijlage;
c) aangevuld met de schriftelijke verklaring zoals bedoeld in artikel 25, lid 3, van Verordening (EU) nr. 576/2013 die wordt opgesteld overeenkomstig het model dat is vastgesteld in afdeling A van deel 3 van die bijlage en die voldoet aan de aanvullende eisen die zijn beschreven in afdeling B van deel 3 van die bijlage.
Bijlage IV
Deel 1, onder II
Ik, ondergetekende, officieel dierenarts […] dierenarts gemachtigd door de bevoegde autoriteit […] van […]
[…]
Verklaring van rabiësvaccinatie en titratietest op rabiëslichamen:
[…]
II.3 De in vak I.28 beschreven dieren waren ten tijde van de rabiësvaccinatie ten minste twaalf weken oud en er zijn ten minste 21 dagen verstreken sinds de voltooiing van de primaire vaccinatie tegen rabiës […] en eventuele latere herhalingsvaccinaties zijn uitgevoerd binnen de geldigheidstermijn van de vorige vaccinatie6 […]
[…]
(6) Een gewaarmerkte kopie van de identificatie- en vaccinatiegegevens van de betrokken dieren wordt aan het certificaat gehecht.