Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 juni 2026 op het hoger beroep van
[naam] B.V., te [vestigingsplaats] (kuikenmesterij)
Procesverloop in hoger beroep
Inleiding
stal 4 overschreden. Dit is een overtreding van artikel 2.2, tiende lid van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 2.50, eerste lid en vierde lid, onder a, van het Besluit houders van dieren (Bhd). Het boetebedrag voor deze overtreding is € 1.500,-. In de tweede plaats zijn niet voor elke stal een aantal gegevens geregistreerd, wat ook een overtreding van bepalingen van de Wet dieren en het Bhd heeft opgeleverd. Ook voor deze overtreding is het boetebedrag € 1.500,-.
Uitspraak van de rechtbank
Wettelijk kader
Beoordeling van het hoger beroep
NVWA-toezichthouders vanwege slechte weersomstandigheden (code rood) niet in de slachterij aanwezig waren. Volgens de oorspronkelijke slachtplanning zouden de vleeskuikens in stal 4 op donderdag 18 februari 2021 worden geslacht. Omdat de maandag als slachtdatum is weggevallen is de planning voor die week opgeschoven en zijn de kuikens van stal 4 een dag later, op vrijdag 19 februari 2021, geslacht.Het is de verantwoordelijkheid van de kuikenmesterij om te voorkomen dat de maximale bezettingsdichtheid wordt overschreden. Daarbij moet de pluimveehouder er rekening mee houden dat zich onverwachte omstandigheden kunnen voordoen, zoals in dit geval het verschuiven van een slachtdatum. De kuikenmesterij kan ervoor kiezen om een (ruimere) marge aan te houden, of om meer kuikens uit te laden voor het einde van de mestronde. Dat de kuikenmesterij dat niet heeft gedaan, komt voor haar eigen risico. De kuikenmesterij stelt weliswaar dat zij een marge heeft aangehouden, maar die marge is blijkbaar niet voldoende ruim geweest om te voorkomen dat al bij een uitstel van de slacht met één dag de bezettingsdichtheid boven 42 kg/m² komt.