ECLI:NL:CBB:2026:251
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens onjuiste toepassing handmatige verdooftang bij varkensslachting
Op 9 april 2020 constateerde een toezichthouder van de NVWA dat een medewerker van het slachthuis een varken twee keer verkeerd bedwelmde met een handmatige verdooftang, waardoor het dier ernstige pijn leed. De medewerker gebruikte de tang niet op de kop, maar halverwege de rug en op de borstkas, wat niet voldeed aan de vereiste methoden volgens Verordening 1099/2009.
De minister legde het slachthuis een bestuurlijke boete van € 2.500,- op wegens overtreding van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, in samenhang met de Regeling houders van dieren en Verordening 1099/2009. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van het slachthuis ongegrond en bevestigde de boete.
Het slachthuis stelde in hoger beroep dat sprake was van een uitzonderlijke calamiteit en dat de medewerker adequaat had gehandeld gezien de situatie. Het College oordeelde echter dat het slachthuis niet had gezorgd dat het varken elke vermijdbare vorm van pijn werd bespaard en dat de medewerker de band had kunnen stoppen en omlopen om het varken correct te bedwelmen.
Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn matigde het College de boete met 20% tot € 2.000,-, vernietigde het deel van de uitspraak over de boetehoogte en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Voor het overige bevestigde het College de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt bevestigd maar gematigd tot € 2.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.