ECLI:NL:CBB:2026:313
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Pavićević
- M.J. Jacobs
- C. de Kruif
- Rechtspraak.nl
Kostenbesluit spoedbestuursdwang hondenwelzijn Wet dieren bevestigd
Naar aanleiding van een controle op 26 mei 2021 bij de woning van de overtreder, waarbij de gezondheid en het welzijn van twintig honden ernstig waren aangetast, heeft de staatssecretaris spoedbestuursdwang toegepast door de honden in bewaring te nemen en onder te brengen bij een opvangadres. De kosten van deze maatregel zijn vastgesteld op €19.212,46 en bij de overtreder in rekening gebracht.
De overtreder stelde beroep in tegen het kostenbesluit, maar niet tegen het spoedbestuursdwangbesluit zelf, dat daardoor onherroepelijk is. Het College oordeelt dat gronden die tegen het spoedbestuursdwangbesluit hadden kunnen worden aangevoerd, niet in deze procedure tegen het kostenbesluit kunnen worden ingebracht, tenzij sprake is van een bijzonder geval, wat hier niet het geval is.
Het College beoordeelt dat de kosten redelijk zijn en terecht bij de overtreder in rekening worden gebracht. De overtreder heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat de honden langer dan noodzakelijk zijn gehouden of dat de kosten onredelijk hoog zijn. Ook het beroep op bijzondere persoonlijke omstandigheden en financiële draagkracht slaagt niet, omdat de overtreder onvoldoende bewijs heeft geleverd en een betalingsregeling is aangeboden en nageleefd.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het kostenbesluit spoedbestuursdwang wordt ongegrond verklaard en de kosten worden bij de overtreder in rekening gebracht.