Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 juli 2026 in de zaak tussen
[naam 1] , te [woonplaats]
Procesverloop in beroep
Inleiding
- de kippen, duiven en konijnen hadden geen vers water. Een aantal dieren had geen water, andere dieren hadden water dat vervuild was met zwarte drab. De dieren hadden dus geen toegang tot een toereikende hoeveelheid water van passende kwaliteit, en konden ook niet op een andere wijze voldoen aan hun behoefte aan water (artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren, in samenhang gelezen met artikel 1.7, aanhef en onder f, van het Besluit houders van dieren (het Besluit));
- de huisvesting van de kippen, duiven en konijnen was erg vervuild met ontlasting en urine. De dieren hadden dus geen schone en zindelijke huisvesting en de dieren hadden dus geen toereikende behuizing onder voldoende hygiënische omstandigheden (artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren, in samenhang gelezen met artikel 1.7, aanhef en onder d, van het Besluit);
- de kippen, duiven en konijnen werden gehouden in ruimtes die onvoldoende geventileerd werden. In de ruimtes hing een sterke ammoniaklucht. [naam 1] heeft dus nagelaten ervoor te zorgen dat de dieren voldoende verse lucht of zuurstof kregen (artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren, in samenhang gelezen met artikel 1.7, aanhef en onder g, van het Besluit);
- de kippen, duiven en konijnen werden gehouden in draadkooien zonder bodembedekking. Dit kan leiden tot voetzoolzweren. [naam 1] heeft de behuizing en inrichting dus niet zo gebouwd en onderhouden dat de dieren op de juiste wijze gehouden konden worden (artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren, in samenhang gelezen met artikel 1.8, tweede lid, van het Besluit);
- een aantal van de kippen, duiven en konijnen had kale plekken, voetzoolzweren, kalkpoten, ontstoken ogen en een snotneus, en was mager, kon niet opstaan of liep mank en was lusteloos. [naam 1] heeft deze dieren dus niet de nodige medische zorg gegeven (artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren, in samenhang gelezen met artikel 1.7, aanhef en onder c, van het Besluit);
- [naam 1] heeft scherpe materialen in de verblijven van de kippen, duiven en konijnen niet gerepareerd en de draadkooien hadden uitstekend ijzerdraad. Daaraan konden de dieren zich verwonden of beschadigen. [naam 1] heeft er dus niet voor zorggedragen dat de dieren zich niet konden verwonden aan scherpe of losliggende materialen (artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren, in samenhang gelezen met artikel 1.8, tweede en derde lid, van het Besluit);
- [naam 1] heeft dode dieren niet volgens de geldende wet- en regelgeving afgevoerd. De kippen hadden daardoor geen hygiënische huisvesting (artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren, in samenhang gelezen met 1.7, aanhef en onder d, van het Besluit);
- de kippen, duiven en konijnen werden gehouden in te kleine kooien. De konijnen konden geen drie huppen maken. De kippen en duiven konden hun vleugels niet spreiden of scharrelen, en vochten met elkaar vanwege ruimtegebrek. Daarom zijn de dieren op zodanige wijze beperkt in hun bewegingsvrijheid dat de dieren onnodig lijden en/of dat onnodig letsel is toegebracht. Daarnaast heeft [naam 1] onvoldoende ruimte gelaten voor de ethologische en fysiologische behoeften van deze dieren (artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren, in samenhang gelezen met artikel 1.6, eerste en tweede lid, van het Besluit).