De minister van Landbouw legde aan [naam] een last onder dwangsom op wegens overtredingen van de registratieplicht van rundergeboorten. Na controles in november 2022 en mei 2023 bleek dat de geboortedata van meerdere runderen niet tijdig en juist waren geregistreerd in het I&R-systeem. De minister vorderde een dwangsom van €1.250,-, waarvan later werd vastgesteld dat dit bedrag onjuist was vastgesteld.
Het College oordeelde dat de overtreding terecht was vastgesteld voor drie runderen, waarbij de registratie niet klopte en DNA-onderzoek ontbrak. De minister mocht de dwangsom invorderen, maar moest het bedrag corrigeren naar €750,-. Het beroep tegen het dwangsombesluit werd ongegrond verklaard, het beroep tegen het invorderingsbesluit gegrond.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en een schadevergoeding van €1.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling. De minister moet ook het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak bevestigt het belang van correcte en tijdige registratie van dieren en de rechtmatigheid van dwangsommen bij overtredingen.