Bijlage
Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016, betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten
Artikel 69
Traceerbaarheid
1. Een professionele marktdeelnemer aan wie planten, plantaardige producten of andere materialen worden geleverd waarvoor krachtens artikel 28, lid 1, eerste alinea, onder a) tot en met d), artikel 28, leden 2 en 3, artikel 30, leden 1, 3 en 4, artikel 37, lid 2, artikel 41, leden 2 en 3, artikel 46, leden 1 en 3, artikel 48, leden 1 en 2, artikel 49, lid 1, artikel 54, leden 2 en 3, de artikelen 56, 57 en 58 en artikel 79, lid 1, voorschriften of voorwaarden gelden, houdt een register bij aan de hand waarvan hij voor elke geleverde handelseenheid planten, plantaardige producten of andere materialen kan nagaan welke professionele marktdeelnemers deze aan hem hebben geleverd.
2. Een professionele marktdeelnemer die planten, plantaardige producten of andere materialen levert waarvoor krachtens artikel 28, lid 1, eerste alinea, onder a) tot en met d), artikel 28, leden 2 en 3, artikel 30, leden 1, 3 en 4, artikel 37, lid 2, artikel 41, leden 2 en 3, artikel 46, leden 1 en 3, artikel 47, lid 1, artikel 48, leden 1 en 2, artikel 49, lid 1, artikel 54, leden 2 en 3, de artikelen 56, 57 en 58 en artikel 79, lid 1, voorschriften of voorwaarden gelden, houdt een register bij aan de hand waarvan hij voor elke geleverde handelseenheid planten, plantaardige producten of andere materialen kan nagaan aan welke professionele marktdeelnemers hij deze heeft geleverd.
3. Indien krachtens artikel 84, lid 1, door een erkende marktdeelnemer een plantenpaspoort wordt afgegeven, en indien krachtens artikel 84, lid 2, door de bevoegde autoriteit een plantenpaspoort wordt afgegeven ten behoeve van een geregistreerde marktdeelnemer, houdt die exploitant ter waarborging van de traceerbaarheid uit hoofde van de leden 1 en 2 van dit artikel met betrekking tot dat plantenpaspoort een register bij van de volgende gegevens:
a. a) in voorkomend geval, de professionele marktdeelnemer die de betrokken handelseenheid heeft geleverd;
b) de professionele marktdeelnemer aan wie de betrokken handelseenheid is geleverd; en
c) relevante informatie met betrekking tot het plantenpaspoort.
4. De professionele marktdeelnemers bewaren de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde gegevens gedurende ten minste drie jaar na de datum waarop de betrokken plant of het betrokken plantaardig product of ander materiaal aan of door hen werd geleverd.
5. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen het volgende vaststellen:
a. a) een kortere of langere minimumperiode dan die welke is vermeld in lid 4 met betrekking tot specifieke planten, indien de lengte van de teeltperiode van die planten dit rechtvaardigt; en
b) voorschriften betreffende de inhoud en de toegankelijkheid van de gegevens die de in de leden 1 en 2 bedoelde professionele marktdeelnemers moeten bijhouden.
Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 107, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
6. Op verzoek zenden de in lid 4 bedoelde professionele marktdeelnemers de gegevens uit de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde registers toe aan de bevoegde autoriteit.
7. Dit artikel is niet van toepassing op de in artikel 65, lid 3, eerste alinea, onder c) en d), bedoelde professionele marktdeelnemers.