ECLI:NL:CG:1998:1
Centrale Grondkamer
- Beschikking
- Kok
- Bierman
- Brussaard
- mr. ing. Janssens van Gellicum
- ing. Hamelink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking inzake te late opname bepalingen artikel 62 Pachtwet in pachtovereenkomst
De zaak betreft een geschil tussen een pachter en de Staat der Nederlanden over de opname van bepalingen uit artikel 62 a tot en met d van de Pachtwet in een pachtovereenkomst die is gesloten in het kader van een ruilverkaveling. De verpachter had toestemming gevraagd om deze bepalingen op te nemen in de pachtovereenkomst met betrekking tot een perceel van 3,71.50 ha, waarvan 1,47.70 ha onderwerp van discussie was.
De Centrale Grondkamer oordeelde dat het verzoek tot opname van deze bepalingen vóór of bij het aangaan van de pachtovereenkomst had moeten worden gedaan. Omdat de pachtovereenkomst al twee jaar liep en er vóór de akte van toedeling van de ruilverkaveling op 29 maart 1996 geen afspraken waren gemaakt over de opname van artikel 62 Pachtwet Pro, was het verzoek te laat ingediend.
De pachter voerde meerdere grieven aan, waaronder dat de bestemming van de gronden niet duidelijk was en dat het project waarvoor de gronden mogelijk nodig zouden zijn onzeker was. Deze grieven werden niet ontvankelijk verklaard omdat het verzoek te laat was ingediend. De Centrale Grondkamer vernietigde daarom de beschikking voor het deel van 1,47.70 ha en wees het verzoek alsnog af, terwijl de rest van de beschikking werd bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot opname van bepalingen van artikel 62 a tot en met d Pachtwet voor 1,47.70 ha wordt afgewezen wegens te late indiening.