Uitspraak
[pachter],
[verpachter],
Het geding in eerste aanleg
Het geding in hoger beroep
Mondelinge behandeling
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
In 2000 heeft pachter met zijn vader als verpachter een overeenkomst in de zin van artikel 70f Pachtwet gesloten voor het aan de orde zijnde weiland voor de duur van twaalf jaren, ingaande op 1 februari 2000 en eindigend op 1 februari 2012. Deze overeenkomst is door de Grondkamer Noord goedgekeurd op 4 december 2000.
”Vader en moeder zijn niet van plan om ons land (grasland) nr. [kadastrale aanduiding] weer te verhuren, dit in verband met onze leeftijd.Het land is en blijft te koop.Jij kunt het voor één jaar gebruiken onder de volgende voorwaarden:de nog te betalen huur en kosten moeten uiterlijk 1 februari 2012 op onze rekening staan (…).Het te gebruiken land moet zoals we gewend zijn “netjes” gebruikt worden. (…)Op 1 februari 2013 moet het land leeg zijn.De andere voorwaarden zijn,op 1 april 2012,1 juli 2012 en 1 oktober 2012 moet per keer € 1000 op onze rekening staan.”
Verpachter wilde pachter nog een periode van één jaar toestaan de grond te gebruiken, waarna verpachter zou overgaan tot verkoop. Van koop door pachter kon geen sprake zijn, omdat – zo begrijpt de Centrale Grondkamer – hij daarvoor de middelen niet had. Verpachter wilde de grond vrij van pacht aan een derde verkopen om met de opbrengst zijn pensioen te kunnen aanvullen en om een deel daarvan aan zijn kinderen te kunnen geven. Verpachter had een financieel belang bij die verkoop, omdat hij niet uit eigen middelen in zijn levensonderhoud kon voorzien. Het was de bedoeling om de grond snel te verkopen, om een maximale opbrengst te behalen en om nog een plezierige fijne oude dag te kunnen krijgen. Het was bekend dat de grond te koop stond en te koop zou blijven staan. Verpachter is op hoge leeftijd. De brief van 23 januari 2012 geeft volgens verpachter duidelijk aan wat de bedoeling was. Vanwege de lopende procedures tussen partijen was het niet veilig om de grond in de afgelopen jaren aan een derde te verkopen en om een verkoopopdracht aan een makelaar te verstrekken.
Slotsom
Beslissing
S.B. Boorsma en de deskundige leden mr. ing. H.J. Vinke en ir. J.H. Jurrius, in tegenwoordigheid van