Uitspraak
[naam pachter],
1.De procedure bij de grondkamer
2.De procedure bij de Centrale Grondkamer
3.De redenen voor de beslissing
4.De beslissing
uiterlijk 22 januari 2026uit te laten over de voorgenomen wijziging.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Grondkamer
De zaak betreft een hoger beroep van verpachtster tegen een eerdere beschikking van de grondkamer Zuidwest die een tussentijds beëindigingsbeding in een pachtovereenkomst van een jaar als buitensporig heeft aangemerkt en geschrapt.
De pachtovereenkomst betreft een jaarpacht van grasland met een clausule die tussentijdse beëindiging mogelijk maakt vanwege natuurinrichting. Verpachtster wenst ongewijzigde goedkeuring van deze clausule, omdat zij afhankelijk is van toekomstige inrichtingswerkzaamheden en tijdige ontruiming van de grond.
De Centrale Grondkamer bevestigt dat kortlopende geliberaliseerde pachtovereenkomsten met tussentijdse opzegmogelijkheid mogelijk zijn, maar dat een tussentijds beëindigingsbeding zonder compensatie voor de pachter buitensporig is vanwege de financiële risico's voor de pachter.
De buitensporigheid kan worden opgeheven door aan het beding toe te voegen dat de pachter recht heeft op schadevergoeding bij tussentijdige opzegging anders dan per einde pachtjaar. Partijen krijgen gelegenheid zich hierover uit te laten.
De Centrale Grondkamer wijst erop dat eerdere goedkeuringen niet bindend zijn en stelt partijen in de gelegenheid te reageren op de voorgenomen wijziging tot 22 januari 2026.
Uitkomst: Het tussentijds beëindigingsbeding in de pachtovereenkomst wordt als buitensporig beoordeeld, maar kan worden goedgekeurd indien een schadevergoedingsclausule wordt toegevoegd ten gunste van de pachter.