ECLI:NL:CRVB:1970:1
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- A. Blom
- B.S. Tigchelaar
- H.D. Vleesch Dubois
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verhoogd invaliditeitspercentage bij militair pensioen na oorlogstrauma
De zaak betreft het beroep van de weduwe van een overleden militair tegen besluiten van de Minister van Defensie die het invaliditeitspercentage van haar echtgenoot op 50% hadden vastgesteld. De militair had tijdens zijn diensttijd in Nederlands-Indië een darmaandoening en psychische klachten ontwikkeld, die later tot een suïcide leidden. Na uitgebreid medisch onderzoek, waaronder een rapport van Prof. Bastiaans, werd geconcludeerd dat het invaliditeitspercentage op 13 augustus 1964 retrospectief op 70% moet worden gesteld.
De Raad oordeelt dat de eerdere Koninklijke besluiten van 17 maart 1966 en 30 januari 1968 onvoldoende rekening hielden met de toegenomen invaliditeit en de psychische gevolgen van de oorlogservaringen. De Raad vernietigt deze besluiten en bepaalt dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van het hogere invaliditeitspercentage.
De vordering van de weduwe tot toekenning van weduwen- en wezenpensioen wordt niet ontvankelijk verklaard omdat deze buiten de bestreden besluiten valt. De uitspraak benadrukt de samenhang tussen militaire dienst, lichamelijke en psychische aandoeningen en de noodzaak van een juiste invaliditeitsvaststelling.
Uitkomst: Het invaliditeitspercentage van de militair wordt vastgesteld op 70% per 13 augustus 1964 en eerdere besluiten worden vernietigd.