ECLI:NL:CRVB:1979:BB8238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Schipper
- W.G. Kloos
- J. Boesjes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgvuldigheid en rechtsgeldigheid van ongeschiktheidsontslag ambtenaar Rijksluchtvaartschool
De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Verkeer en Waterstaat tegen een uitspraak van het Ambtenarengerecht te Groningen die het ontslagbesluit van een ambtenaar wegens ongeschiktheid nietig verklaarde. De ambtenaar was sinds 1950 werkzaam bij de Rijksluchtvaartschool en vervulde sinds 1960 de functie van hoofd van de Vliegdienst.
De minister had op grond van artikel 98, lid 1 onder g van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (A.R.A.R.) per 1 januari 1978 eervol ontslag verleend. De Raad oordeelt dat het besluit tot ontslag niet zorgvuldig tot stand is gekomen, mede doordat het advies van de Commissie-Meyes, waarop het ontslagbesluit was gebaseerd, onvoldoende feitelijke onderbouwing bood en de minister tegen zijn wil dit advies heeft opgevolgd.
De Raad bespreekt uitgebreid de procedure voorafgaand aan het ontslag, waaronder de rol van de Minister-President, de commissie ad hoc en de Commissie-Meyes, en wijst op onzuiverheden en onjuiste interpretaties in het proces. Gelet op het ontbreken van voldoende feiten en de lange tijd die verstreken is sinds het einde van de functie van de ambtenaar, acht de Raad nader onderzoek praktisch bezwaarlijk.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van het Ambtenarengerecht dat het ontslagbesluit niet in stand kan blijven wegens strijd met het beginsel van zorgvuldigheid, zonder het besluit nietig te verklaren. Het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens ongeschiktheid wordt niet in stand gelaten wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.