Uitspraak
ABPWuitzicht verkregen op ambtenaren(ouderdoms)-pensioen ten laste van ons fonds, welk uitzicht bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar overgaat in het recht op zodanig pensioen..’
art. SABPW en voor 1 juli 1974 in ongeschreven recht.
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een geschil over de dubbeltelling van militaire diensttijd in Indonesië na de soevereiniteitsoverdracht van 27 december 1949 voor pensioen ten laste van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABPF). Gedaagde baseerde zijn pensioenverwachtingen mede op een brief van de Pensioenraad uit 1952, waarin zonder voorbehoud werd aangegeven dat bepaalde diensttijd dubbel zou tellen.
De directie van het ABPF stelde echter dat de periode na de soevereiniteitsoverdracht niet voor dubbeltelling in aanmerking komt, conform de Pensioenwet 1922. Na bezwaar en een uitspraak van het Ambtenarengerecht werd de zaak aan de Centrale Raad van Beroep voorgelegd.
De Raad oordeelde dat hoewel de brief uit 1952 geen formele, onherroepelijke beslissing was, zij wel verwachtingen heeft gewekt die redelijkerwijs moeten worden gehonoreerd. Gezien de verstreken tijd en het feit dat gedaagde deze dubbeltelling heeft betrokken bij zijn pensioenafspraken, acht de Raad dit een bijzonder geval waarin strikte wetsinterpretatie moet wijken voor ongeschreven recht.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak die de brief en de gewekte verwachtingen in acht neemt, ondanks dat de wettelijke bepalingen geen beleidsvrijheid laten voor dubbeltelling na de soevereiniteitsoverdracht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de gewekte verwachtingen uit de brief van 1952 over dubbeltelling van diensttijd voor pensioen redelijkerwijs moeten worden gehonoreerd.