ECLI:NL:CRVB:1989:ZB1659
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen kwalificatie Nederlandse Antillen als andere mogendheid voor pensioenvermindering AAW en WAO
Eiser, geboren in 1920, ontvangt sinds 1972 een pensioen van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen en sinds 1980 uitkeringen op grond van de AAW en WAO. De BV bracht het pensioen, gekwalificeerd als uitkering van een andere mogendheid, in mindering op de AAW- en WAO-uitkeringen vanaf 1 april 1984.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de Nederlandse Antillen als een andere mogendheid kunnen worden beschouwd voor toepassing van de betreffende wettelijke bepalingen. De Raad stelt vast dat Nederland en de Nederlandse Antillen deel uitmaken van hetzelfde koninkrijk en dat het statuut de onderlinge betrekkingen en buitenlandse betrekkingen regelt, waardoor de Nederlandse Antillen niet als een andere mogendheid kunnen worden aangemerkt.
De Raad verwijst naar het terminologisch onderscheid in de artikelen 3 van de AAW en WAO tussen ‘andere mogendheid’ en ‘ander deel van het Koninkrijk’ of ‘de Nederlandse Antillen’. De eerdere uitspraak van de Raad uit 1967, die anders oordeelde, wordt niet als bindend beschouwd voor deze zaak.
Op grond van deze overwegingen vernietigt de Centrale Raad van Beroep de bestreden uitspraak en beslissing, omdat de pensioenvermindering op de AAW- en WAO-uitkeringen niet gerechtvaardigd is.
Uitkomst: De bestreden beslissing tot pensioenvermindering op AAW- en WAO-uitkeringen wordt vernietigd omdat de Nederlandse Antillen geen andere mogendheid vormen.