ECLI:NL:CRVB:1989:ZB3939

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 september 1989
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
AW 87/645
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Boesjes
  • J. Janssen
  • Ch. de Vrey
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 112 Ambtenarenwet 1929
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening ambtenarenzaak wegens ontbreken nieuwe feiten

Verzoekster heeft een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Raad, waarin een beslissing van het Ambtenarengerecht werd bevestigd. Zij stelde dat er sprake was van een vergissing in de benaming van de school waar zij werkzaam was, dat haar afkeuring onterecht was en dat gedaagde onzorgvuldig had gehandeld voorafgaand aan haar ontslag.

De Raad heeft overwogen dat deze argumenten reeds in het hoger beroep aan de orde waren gekomen en bij de uitspraak waren meegewogen. Op grond van artikel 112 van Pro de Ambtenarenwet 1929 kan herziening alleen worden verleend indien nieuwe feiten of omstandigheden aan het licht komen die ernstige twijfel aan de juistheid van de uitspraak doen ontstaan.

Omdat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd, ziet de Raad geen grond voor herziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 14 september 1989, waarbij verzoekster in persoon aanwezig was en gedaagde niet vertegenwoordigd was.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

AW 1987/645
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[Verzoekster], wonende te [woonplaats], verzoekster,
en
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Zaanstad,
gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij uitspraak van 25 juni 1987, nr. AW 1986/129, heeft de Raad een tussen
partijen door het Ambtenarengerecht te Haarlem op 3 maart 1986 gegeven
uitspraak bevestigd.
Verzoekster heeft zich bij schrijven van 5 november 1987 met een verzoek om
herziening op grond van art. 112 van Pro de Ambtenarenwet 1929 tot de Raad
gewend.
Verzoekster heeft desverzocht haar verzoek schriftelijk nader gemotiveerd.
Het geding is behandeld ter terechtzitting van 24 augustus 1989, waar
verzoekster in persoon is verschenen en waar gedaagde zich niet heeft doen
vertegenwoordigen.
II. MOTIVERING
Ingevolge art. 112 der Pro Ambtenarenwet 1929 kan herziening van een in kracht
van gewijsde gegane uitspraak worden verzocht op grond dat is gebleken van
enige omstandigheid, die bij de behandeling van het beroep aan het gerecht
niet bekend was en die op zichzelf of in verband met andere feiten of
omstandigheden ernstige twijfel aan de juistheid van de uitspraak doet
ontstaan.
Verzoekster heeft in haar verzoek, kort samengevat, de volgende argumenten
gehanteerd:
- de vergissing met betrekking tot de benaming van de school waar
verzoekster werkzaam was in de beschikking van de direktie van het
Algemeen burgerlijk pensioenfonds, waarbij is vastgesteld dat
verzoekster uit hoofde van ziekten of gebreken blijvend ongeschikt is
voor de vervulling van haar betrekking van kleuterleidster aan een
openbare kleuterschool te Zaanstad en dat zij voor 80% of meer
algemeen invalide is;
- de naar de mening van verzoekster onterechte afkeuring destijds;
- onzorgvuldig handelen door gedaagde in de periode voor het ontslag van
verzoekster.
Daar deze argumenten ook reeds bij de behandeling van verzoeksters zaak in
hoger beroep naar voren zijn gebracht en deze ten behoeve van de uitspraak
zijn meegewogen, ziet de Raad hierin geen feiten of omstandigheden in de
hierboven omschreven zin en daarom geen grond voor inwilliging van
voorliggend verzoek om herziening.
Derhalve moet worden beslist als volgt:
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende in naam der Koningin!
Wijst het verzoek om herziening af.-
Aldus gegeven door Mr. J. Boesjes als voorzitter
en Mr. J. Janssen en Mr. Ch. de Vrey als leden, in
tegenwoordigheid van P.H. Schippers als griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 14 september 1989 door voornoemde
voorzitter, in tegenwoordigheid van voornoemde griffier.
(get.) J. Boesjes.
(get.) P.H. Schippers.
HD
6.09