ECLI:NL:CRVB:1989:ZB3939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Boesjes
- J. Janssen
- Ch. de Vrey
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening ambtenarenzaak wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoekster heeft een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Raad, waarin een beslissing van het Ambtenarengerecht werd bevestigd. Zij stelde dat er sprake was van een vergissing in de benaming van de school waar zij werkzaam was, dat haar afkeuring onterecht was en dat gedaagde onzorgvuldig had gehandeld voorafgaand aan haar ontslag.
De Raad heeft overwogen dat deze argumenten reeds in het hoger beroep aan de orde waren gekomen en bij de uitspraak waren meegewogen. Op grond van artikel 112 van Pro de Ambtenarenwet 1929 kan herziening alleen worden verleend indien nieuwe feiten of omstandigheden aan het licht komen die ernstige twijfel aan de juistheid van de uitspraak doen ontstaan.
Omdat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd, ziet de Raad geen grond voor herziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 14 september 1989, waarbij verzoekster in persoon aanwezig was en gedaagde niet vertegenwoordigd was.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.