ECLI:NL:CRVB:1990:AK4933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid minister voor onjuiste financiële voorlichting aan militair over ziekenfondsverzekering
Eiser, een militair, had voor zijn gezinsleden een vrijwillige ziekenfondsverzekering afgesloten en ontving daarvoor premievergoeding. Na een bevordering kreeg hij onjuiste informatie van de compagniesadministrateur dat hij vanwege overschrijding van de inkomensgrens niet langer in de vrijwillige ziekenfondsverzekering kon blijven. Op basis van deze onjuiste voorlichting beëindigde eiser de vrijwillige verzekering en sloot een particuliere aanvullende verzekering af.
Eiser verzocht later om restitutie van de betaalde premies en tandartskosten, stellende dat hij schade had geleden door de onjuiste informatie. De eerste rechter wees het beroep af, stellende dat de Regeling gezondheidszorg geen vergoeding bood. De Centrale Raad bevestigt dat de regeling geen vergoeding biedt, maar stelt dat de minister aansprakelijk is voor de financiële gevolgen van onjuiste voorlichting, tenzij de militair de onjuistheid had moeten herkennen.
De Raad oordeelt dat eiser mocht vertrouwen op de mededeling van de compagniesadministrateur en niet hoefde te controleren of de inkomensgrens correct was toegepast. Pas eind november 1983 kreeg eiser informatie waaruit bleek dat hij onjuist was voorgelicht. Vanaf dat moment had hij moeten twijfelen en zijn vertrouwen niet meer mogen baseren op de administrateur. De minister is daarom aansprakelijk voor de schade over de periode van 1 oktober 1983 tot 1 oktober 1984, bestaande uit de betaalde premie particuliere verzekering en de tandartskosten.
De Centrale Raad vernietigt het bestreden besluit, verklaart het nietig en gelast de minister een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De minister is aansprakelijk en dient de schade van eiser over de periode 1 oktober 1983 tot 1 oktober 1984 te vergoeden.