ECLI:NL:CRVB:1990:AK9007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en weigering Ziektewetuitkering na onjuiste WW-uitkering
Eiser ontving aanvankelijk een werkloosheidsuitkering (WW) en daaropvolgend een Ziektewetuitkering (ZW). Gedaagde stelde later vast dat eiser vanaf 9 mei 1983 als zelfstandige in Duitsland werkte, waardoor hij niet langer verzekerd was volgens de WW en ZW. Hierdoor werd de WW-uitkering met terugwerkende kracht ingetrokken en de ZW-uitkering vanaf 21 juli 1983 geweigerd en teruggevorderd.
De Raad van Beroep te Roermond verklaarde het beroep van eiser ongegrond, maar de Centrale Raad vernietigde later de terugvordering van de WW-uitkering gedeeltelijk. In hoger beroep stelde eiser dat ook de weigering en terugvordering van de ZW-uitkering onterecht was.
De Centrale Raad oordeelt dat eiser vanaf 21 juli 1983 geen aanspraak had op ZW-uitkering omdat hij niet verzekerd was ingevolge de ZW, aangezien de grondslag van zijn verzekering door de intrekking van de WW-uitkering was weggevallen. De terugvordering van de ZW-uitkering over die periode is echter niet gegrond op de aangevoerde wettelijke bepalingen, omdat eiser geen onjuiste inlichtingen had verstrekt. De Raad vernietigt daarom de terugvordering van de ZW-uitkering over de periode 21 juli tot 3 oktober 1983, maar bevestigt de weigering van ZW-uitkering vanaf 4 oktober 1983.
Uitkomst: De terugvordering van de Ziektewetuitkering over 21 juli tot 3 oktober 1983 wordt vernietigd, de weigering van ZW-uitkering vanaf 4 oktober 1983 wordt bevestigd.