ECLI:NL:CRVB:1992:AK9553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid tot weigering ziekengeld bij arbeidsongeschiktheid in het buitenland
In deze zaak gaat het om de vraag of eiser bevoegd was om ziekengeld te weigeren aan gedaagde wegens het niet verschijnen bij een medisch onderzoek in Nederland. Gedaagde was arbeidsongeschikt verklaard in Marokko en werd door eiser opgeroepen voor een medisch onderzoek in Nederland op 19 september 1988. Gedaagde verscheen niet, maar wendde zich in plaats daarvan tot de CNSS in Marokko, die verklaarde dat reizen vanwege een ernstige zenuwpijn onmogelijk was.
De Raad oordeelt dat gedaagde zich volgens de instructies van eiser bij de CNSS heeft vervoegd en dat het medisch advies van de CNSS het reizen naar Nederland onmogelijk maakte. Hierdoor was eiser niet bevoegd om op grond van artikel 44, lid 1, aanhef en sub e en g van de Ziektewet ziekengeld te weigeren, omdat het onderzoek niet kon plaatsvinden door omstandigheden buiten de schuld van gedaagde.
De Raad benadrukt dat voor de bevoegdheid tot weigering niet beslissend is of gedaagde objectief in staat was om te reizen, maar of het medisch onderzoek door toedoen van gedaagde niet kon plaatsvinden. In dit geval was er geen sprake van laakbaar gedrag van gedaagde. De eerdere uitspraak van de Raad van Beroep te Amsterdam, die de beslissing van eiser vernietigde, wordt bevestigd. De Centrale Raad van Beroep legt een recht van ƒ 200 op aan eiser.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat eiser niet bevoegd was om ziekengeld te weigeren wegens het niet verschijnen bij medisch onderzoek, omdat gedaagde door medische omstandigheden niet kon reizen.