ECLI:NL:CRVB:1992:AN2627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inkomenseis arbeidsongeschiktheidsuitkering en indirecte discriminatie naar geslacht
De zaak betreft het hoger beroep van het bestuur van de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging tegen een uitspraak van de Rechtbank Arnhem over de weigering van een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan gedaagde vanwege het niet voldoen aan de inkomenseis van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW).
Gedaagde had in het jaar voorafgaand aan haar arbeidsongeschiktheid onvoldoende inkomen verdiend om aan de inkomenseis te voldoen. De rechtbank had de weigering vernietigd omdat de inkomenseis indirecte discriminatie naar geslacht oplevert, in strijd met de derde richtlijn 79/7/EEG en het verbod op indirecte discriminatie.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze conclusie en overweegt dat hoewel het vereiste dat er enig inkomen moet zijn verworven gerechtvaardigd is, het minimumbedrag van ƒ 4403,52 te hoog is en niet geschikt noch noodzakelijk om het doel van reële inkomensderving en het voorkomen van snipperuitkeringen te bereiken.
De Raad stelt dat de inkomenseis in de AAW in strijd is met het verbod op indirecte discriminatie en dat de directe werking van het IVBP vanaf 23 december 1984 geldt. De Raad bevestigt de vernietiging van de bestreden beslissing en legt een proceskostenrecht van ƒ 200 op aan eiser.
Uitkomst: De inkomenseis in de AAW is gedeeltelijk ongeschikt en leidt tot verboden indirecte discriminatie, waardoor de weigering van de uitkering wordt vernietigd.