ECLI:NL:CRVB:1993:ZB2922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- H.J. Grendel
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting op AOW-pensioen wegens niet-verzekerde jaren in relatie tot discriminatieverbod
In deze zaak is aan gedaagde een AOW-pensioen toegekend met een korting van 8% vanwege niet-verzekerde jaren in de periode 1959-1965, omdat haar echtgenoot toen onderworpen was aan de Duitse sociale wetgeving. Gedaagde stelde dat deze korting in strijd was met het discriminatieverbod van de 3e EEG-richtlijn en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR).
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat gedaagde niet valt binnen de personele werkingssfeer van de 3e richtlijn, zodat het discriminatieverbod van die richtlijn niet van toepassing is. Toetsing aan artikel 26 IVBPR Pro leidt eveneens niet tot vernietiging van de korting, omdat deze gebaseerd is op objectieve en redelijke gronden en betrekking heeft op een periode waarin nog geen rechtstreeks beroep op artikel 26 IVBPR Pro kon worden gedaan.
De Raad benadrukt dat de uitleg van het discriminatieverbod in de 3e richtlijn specifiek is voor de EEG en niet zonder meer gelijkgesteld kan worden aan het bredere verbod in artikel 26 IVBPR Pro. Ook het beroep op artikel 1 van Pro de Grondwet faalt, omdat het onderscheid voortvloeit uit supranationaal recht dat niet door nationaal recht kan worden terzijde gesteld.
De Centrale Raad vernietigt de uitspraak van de eerste rechter en verklaart het beroep ongegrond, waarmee de korting op het pensioen gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De korting van 8% op het AOW-pensioen wegens niet-verzekerde jaren wordt gehandhaafd en het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard.