ECLI:NL:CRVB:1993:ZB5532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G.L. Plomp
- H. van Leeuwen
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Geen terugvordering van onverschuldigde arbeidsongeschiktheidsuitkering aan werkgever
In deze zaak vordert het bestuur van de Bedrijfsvereniging voor de Metaalnijverheid terugbetaling van een onverschuldigde WAO-uitkering die aan de werkgever was uitbetaald. De werknemer had zijn werk volledig hervat, waardoor de uitkering per 5 april 1988 werd ingetrokken. Desondanks werd de uitkering tot februari 1989 onterecht aan de werkgever betaald.
De werkgever had een schriftelijke machtiging van de werknemer om de uitkering te ontvangen en fungeerde als doorgeefluik. De Raad concludeert dat betaling juridisch aan de werknemer zelf plaatsvond en dat de werkgever niet als 'persoon of instelling' in de zin van de terugvorderingsartikelen kan worden aangemerkt.
De Raad stelt dat de terugvorderingsbepalingen van de AAW en WAO niet zijn bedoeld om werkgevers aan te spreken, maar slechts de uitkeringsgerechtigde en bepaalde instellingen. Een ruimere interpretatie, zoals voorgesteld door het bestuur, past niet binnen het systeem van de arbeidsongeschiktheidswetten.
Daarom wordt het beroep van het bestuur afgewezen en de eerdere uitspraak die de terugvordering vernietigde bevestigd. Tevens wordt een recht van 200 gulden geheven aan het bestuur.
Uitkomst: De terugvordering van onverschuldigde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen aan de werkgever wordt afgewezen.