ECLI:NL:CRVB:1994:ZB0920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over arbeidsongeschiktheid en bevoegdheid bedrijfsvereniging AAW/WAO
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering (AAW/WAO) met de stelling dat hij sinds 1984 arbeidsongeschikt is. De bestreden beslissing van 15 mei 1991 oordeelde over arbeidsongeschiktheid in de periode 1984 tot 1 oktober 1989. De Raad constateert dat de beslissing onzorgvuldig is voorbereid voor de periode 1984 tot 1 maart 1985, omdat niet is beslist over aanspraken op grond van de WAO, ondanks verzoek en verstrekte gegevens.
Voor de periode 1 maart 1985 tot 28 februari 1987 was niet gedaagde maar het bestuur van de Bedrijfsvereniging voor Overheidsdiensten bevoegd, wat inmiddels door gedaagde is erkend. De Raad vernietigt daarom de bestreden beslissing en de aangevallen uitspraak. De nieuwe beslissingen van 13 juli 1993 van beide bedrijfsverenigingen komen niet tegemoet aan de vordering van eiser.
De Raad verwijst het hoger beroep voor zover het de beslissing van 13 juli 1993 van gedaagde betreft naar de rechtbank Haarlem, omdat deze beslissing en die van het bestuur van de Bedrijfsvereniging voor Overheidsdiensten samen beoordeeld moeten worden. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde in de proceskosten van het hoger beroep en bepaalt dat het gestorte griffierecht wordt vergoed.
De Raad benadrukt dat voor de beoordeling van de aanspraken de maatman moet worden beschouwd als een gezonde productiemedewerker bij X. en dat het feit dat eiser in 1985 hersteld werd verklaard niet beslissend is voor de arbeidsongeschiktheid in de zin van de AAW en WAO.
Uitkomst: De bestreden beslissing wordt vernietigd en het geding wordt deels verwezen naar de rechtbank Haarlem.