ECLI:NL:CRVB:1994:ZB3011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G.L. Plomp
- H.C. Cusell
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering met terugwerkende kracht WAO-uitkering wegens schending rechtszekerheid
Eiseres werd aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend per 12 juni 1991, maar deze werd later met terugwerkende kracht ingetrokken op grond van het oordeel dat zij reeds volledig arbeidsongeschikt was op de datum van haar laatste verzekering, 22 november 1989. De rechtbank verklaarde het beroep van eiseres tegen deze intrekking ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het intrekken van een bijna een jaar lopende uitkering met terugwerkende kracht in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Tevens was de onderbouwing van de volledige arbeidsongeschiktheid op het moment van verzekering onvoldoende, aangezien een arbeidskundig onderzoek ontbrak en de medische gegevens niet overtuigend waren. De Raad stelde dat het bestaan van klachten alleen niet voldoende is om volledige arbeidsongeschiktheid aan te nemen.
Daarnaast werd geoordeeld dat de inkomenseis ten onrechte was toegepast op basis van een bedrag dat niet verenigbaar is met Europese regelgeving en mensenrechtenverdragen. De Raad vernietigde daarom de bestreden beslissing en de uitspraak van de rechtbank, veroordeelde gedaagde in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan eiseres wordt vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de weigering van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht en veroordeelt gedaagde in de proceskosten.