ECLI:NL:CRVB:1995:ZB1410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bekker
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.F. Leewis
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade en vernietiging besluit tijdelijke tewerkstelling ambtenaar
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de Arrondissementsrechtbank waarin zijn beroepen tegen een brief en een besluit van de Minister van Justitie ongegrond werden verklaard. De brief van 27 september 1993, waarin appellant als herplaatsingskandidaat werd aangemerkt, werd door de Raad niet als een appellabel besluit beschouwd, waardoor het beroep daarop niet-ontvankelijk werd verklaard.
Ten aanzien van het besluit van 21 december 1993 om de tijdelijke tewerkstelling van appellant te verlengen tot 1 juli 1994, oordeelde de Raad dat dit besluit niet in stand kon blijven en verklaarde het beroep van appellant gegrond. De Raad vernietigde het besluit en veroordeelde de Staat der Nederlanden tot vergoeding van immateriële schade ter hoogte van f 1.000,-.
Daarnaast werd het door appellant betaalde griffierecht van f 300,- aan hem vergoed. De Raad baseerde zijn oordeel mede op de toepasselijkheid van hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht en de overgangsregels voor besluiten genomen vóór 1 januari 1994. De uitspraak werd gedaan door mr H. Bekker, mr W.D.M. van Diepenbeek en mr M.F. Leewis, in aanwezigheid van griffier mr A.H. Beijer.
Uitkomst: Het besluit tot verlenging van tijdelijke tewerkstelling wordt vernietigd en de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade en griffierecht.