ECLI:NL:CRVB:1995:ZB1459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.A. Hoogeveen
- Chr. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep verklaart beroep ontvankelijk en wijst zaak terug wegens onjuiste oproeping
Appellant had beroep ingesteld tegen het besluit van de Bedrijfsvereniging om de Ziektewetuitkering per 30 juni 1992 te beëindigen omdat hij niet langer ongeschikt werd geacht voor werk. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant niet had meegewerkt aan een geneeskundig onderzoek, mede doordat hij niet tijdig was opgeroepen. De Centrale Raad van Beroep onderzocht deze niet-ontvankelijkverklaring.
Uit het dossier bleek dat de oproeping voor het medisch onderzoek niet aangetekend was verzonden, wat in strijd is met artikel 8:37 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor kon appellant de oproeping niet tijdig ontvangen, waardoor het niet verschijnen niet aan hem kon worden toegerekend. De Raad oordeelde daarom dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep alsnog ontvankelijk en verwees de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam voor inhoudelijke beoordeling. Tevens werd bepaald dat het door appellant betaalde griffierecht van 150 gulden aan hem wordt vergoed. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot na de inhoudelijke behandeling.
Uitkomst: Beroep wordt alsnog ontvankelijk verklaard en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.