ECLI:NL:CRVB:1996:BJ3111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Ch. de Vrey
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling disciplinaire maatregel wegens vermeend plichtsverzuim ambtenaar
De zaak betreft een hoger beroep van de Minister van Justitie tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Rotterdam waarin een disciplinaire maatregel tegen een ambtenaar werd vernietigd. De ambtenaar was arbeidsongeschikt wegens een gebroken rib en werd geacht arbeidstherapie te volgen. De Minister stelde dat de ambtenaar na een telefoongesprek met de bedrijfsarts had moeten begrijpen dat hij zijn werkzaamheden kon hervatten en niet tijdig contact had opgenomen met de werkgever.
De rechtbank vernietigde de maatregel wegens het ontbreken van een duidelijke schriftelijke mededeling over de arbeidsgeschiktheid en het niet in de gelegenheid stellen van de ambtenaar zich te verantwoorden. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en oordeelt dat de onduidelijkheid over de arbeidsgeschiktheid niet voor rekening van de ambtenaar komt, zodat geen plichtsverzuim is vastgesteld.
De Raad benadrukt dat de disciplinaire maatregel niet rechtsgeldig is opgelegd en veroordeelt de Minister in de proceskosten van de ambtenaar. Tevens wordt een griffierecht opgelegd aan de Staat der Nederlanden.
Uitkomst: De disciplinaire maatregel tegen de ambtenaar wordt vernietigd wegens het ontbreken van plichtsverzuim en onduidelijkheid over arbeidsgeschiktheid.