ECLI:NL:CRVB:1996:ZB5991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. de Vrey
- W.D.M. van Diepenbeek
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekening wachtgeld met vergoeding bij beëindiging arbeidsovereenkomst
De zaak betreft een geschil over de verrekening van een door de kantonrechter toegekende vergoeding van f 150.000,-- bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst van gedaagde met de stichting Delfzicht Ziekenhuis, met het aan hem toegekende wachtgeld door de Minister van Binnenlandse Zaken (appellant).
Appellant had het gehele bedrag van de vergoeding in aanmerking genomen voor verrekening met het wachtgeld over de periode van 1 juni 1989 tot 8 juni 2004. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat niet was rekening gehouden met kosten van outplacement en pensioenschade, en omdat appellant niet had onderzocht of sprake was van een bijzonder geval volgens artikel 8 lid 6 Rijkswachtgeldbesluit Pro 1959 (Rwb).
Appellant stelde het te verrekenen bedrag bij een nieuw besluit van 13 november 1995 bij tot f 125.000,--, waarbij f 25.000,-- voor outplacementkosten buiten beschouwing werd gelaten. Gedaagde voerde aan dat geen verrekening mocht plaatsvinden, dat onkosten onterecht werden meegerekend en dat geen inhoudelijke afweging had plaatsgevonden.
De Raad oordeelt dat de vergoeding in beginsel als inkomen uit arbeid moet worden gezien, tenzij duidelijk blijkt dat het bedrag bestemd is voor onkosten of immateriële schade. De kantonrechter had f 25.000,-- voor outplacementkosten en f 5.000,-- voor rechtsbijstand apart toegekend, maar geen duidelijkheid over pensioenschade of immateriële schade. De Raad bevestigt dat de verrekening over de resterende looptijd gelijkmatig mag plaatsvinden en dat appellant niet ambtshalve hoefde te toetsen op bijzondere gevallen zonder verzoek of aanwijzingen.
Het beroep van gedaagde tegen het nadere besluit wordt ongegrond verklaard. De Raad veroordeelt appellant tot vergoeding van de helft van de proceskosten van gedaagde en bevestigt de vernietiging van het oorspronkelijke besluit met verbetering van de gronden.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde tegen het nadere verrekeningsbesluit wordt ongegrond verklaard en het oorspronkelijke besluit wordt vernietigd met verbetering van de gronden.