ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Onjuiste waardering krediethypotheek bijstand bij zakelijk recht van gebruik en bewoning
Appellante had de blote eigendom van een woning met vruchtgebruik voor haar ouders, die het gebruiksrecht niet effectueren. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde de waarde van de woning vast op de executiewaarde bij eigen gebruik, waardoor het vermogen hoger werd ingeschat en de krediethypotheek werd vastgesteld op een bedrag van f 15.233,91.
De Raad overweegt dat de waardebepaling ingevolge het Besluit krediethypotheek bijstand (BKH) moet plaatsvinden op basis van de waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering, waarbij het zakelijk recht van gebruik en bewoning als een last in mindering moet worden gebracht. Het College en gedaagde hebben dit onjuist toegepast door uit te gaan van de executiewaarde bij eigen gebruik.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de beslissing op bezwaar voor zover de bijstand is verleend in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde in de proceskosten van appellante en gelast vergoeding van het griffierecht. De zaak benadrukt het belang van een correcte taxatie van de blote eigendom en het zakelijk recht bij het bepalen van de krediethypotheek.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd vanwege onjuiste waardering van de woning bij het vaststellen van de krediethypotheek.