ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.F.M. Brenninkmeijer
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Gelijke behandeling aannemer en inlener bij hoofdelijke aansprakelijkstelling premies sociale verzekering
In deze zaak staat de hoofdelijke aansprakelijkheid van een aannemer voor sociale verzekeringspremies centraal, waarbij de vraag is of aannemers en inleners gelijk behandeld moeten worden bij de toerekening van betalingen op een G-rekening.
Appellant stelde gedaagde aansprakelijk voor premies die haar onderaannemer Q. verschuldigd was over werkzaamheden in 1985. De rechtbank vernietigde deze beslissing wegens onvoldoende motivering en een te grove methode van toerekening. In hoger beroep betwistte appellant dit en verdedigde hij een procentuele schattingsmethode.
De Raad oordeelt dat het wettelijke onderscheid tussen aannemers en inleners relevant is. Aannemers die voldoen aan de voorschriften van artikel 16b CwSV en het G-rekeningenbesluit genieten een wettelijk vermoeden dat betalingen op de G-rekening betrekking hebben op het werk, wat een preferente positie geeft. Dit rechtvaardigt een andere, gunstigere behandeling dan inleners.
De wetsinterpreterende regels van appellant die geen onderscheid maken tussen aannemers en inleners zijn onjuist. De Raad bevestigt de vernietiging van de bestreden beslissing en veroordeelt appellant in de proceskosten. Tevens wordt een recht geheven op appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van de aansprakelijkstelling en veroordeelt appellant in de proceskosten.